DE BONTE DRIEVULDIGHEID

“Daar zit een kleine! En op de boom ernaast een grote. Oh nee, de middelste!” Zo ging het er vanmorgen aan toe in de Makegemse bossen te Munte.  Filip Verbelen had me gezegd dat dit het uitgelezen moment was om eindelijk die middelste bonte van mijn lijstje te schrappen, en hij hield woord. Al na een kwartier weerklonk de luide, schelle, kiek-kiek-kiek van ‘den middelsten’. Na een half uur dook hij in een oude eik boven ons hoofd op, maar hij verdween voor ik hem in mijn verrekijker kreeg. Veel tijd om te treuren was er niet. Twee kleine bonte spechten fladderden rond ons van de ene tak naar de andere.

Een aangenaam spektakel, daar niet van, maar mijn hart sprong toch pas echt op toen de heilige graal himself zich opnieuw toonde. Eerst wat schuchter, maar uiteindelijk bleef hij in een kleine zone rond ons pleisteren en liet hij zich goed bekijken. Maar géén lifer zonder afdoende bewijs, pas extatisch werd ik toen ik eindelijk de vuurrode muts en de roze broek had gefotografeerd.

 

Saillant detail: in de Petersons (editie 2005) staat hij als een voormalige broedvogel vermeld, de laatste keer in 1973. Dit is al lang achterhaald.  Vandaag zijn er op verschillende plaatsen in Vlaanderen broedparen, maar het toont wel aan hoe zeldzaam de vogel is. Dat ik er vandaag een koppel zag, is dan ook fantastisch. De heilige bonte drievuldigheid tijdens één ochtend, daar kan je al eens als amateur-ornitholoog mee buiten komen.